Niet automatisch recht op faciliteiten bij afkoop pensioen eigen bv

Publicatiedatum: 2026-03-26
Als dga kon u tot 2020 een opgebouwd pensioen bij uw eigen bv afkopen met toepassing van bepaalde faciliteiten. Die golden niet automatisch en vereisten afkoop of het prijsgeven van het pensioen, zo bleek nog onlangs voor de rechtbank Gelderland.

Afkoop pensioen in eigen beheer

Tot 1 juli 2017 kon een dga van een bv bij zijn eigen bedrijf een pensioen opbouwen, een pensioen in eigen beheer. Dit pensioen in eigen beheer was vanaf dat moment niet meer mogelijk en dga’s kregen de keuze het pensioen voort te zetten zonder verdere premiestorting, om te zetten in een oudedagsvoorziening of af te kopen.

Faciliteiten bij afkoop

Bij afkoop van het pensioen bestond drie jaar lang recht op enkele faciliteiten. Die bestonden eruit dat van de afkoopsom van het pensioen een deel werd vrijgesteld en dat er geen revisierente hoefde te worden betaald. Revisierente is een soort strafheffing bij afkoop (die kan oplopen tot 20%!).  

Afkoop vereist actie

Hoewel opbouwen en afkopen van een pensioen in eigen beheer niet meer mogelijk is, lopen er nog talloze rechtszaken waarbij ter discussie staat of destijds aan de voorwaarden voor afkoop is voldaan. In bovengenoemde zaak handelde het om een geliquideerde bv met een pensioen in eigen beheer voor de dga. Bij deze liquidatie was het pensioen verloren gegaan.

Inspecteur weigerde faciliteiten

Bij het opleggen van de aanslag van de dga had de inspecteur het verloren gegane pensioen volledig belast en dus geen gedeeltelijke vrijstelling toegepast. Ook had de inspecteur revisierente in rekening gebracht. In totaal moest de dga over het verloren gegane pensioen zo’n € 200.000 belasting, € 60.000 revisierente en € 30.000 belastingrente ophoesten, terwijl hij geen cent had ontvangen.

Pensioenaanspraak prijsgegeven?

De rechtbank was het met de inspecteur eens dat nergens uit bleek dat de dga met betrekking tot het prijsgeven of afkopen van de pensioenaanspraak enige actie had ondernomen. Daarbij komt dat de bv het pensioen nog had kunnen uitbetalen, aangezien de bv nog een vordering op de dga had van ruim € 900.000. Bij de liquidatie is echter niets met het pensioen gedaan, ondanks dat het voor verwezenlijking vatbaar was. Dit betekent dat de pensioenaanspraak is prijsgegeven met als gevolg progressieve heffing en revisierente over de gehele waarde. De aanslag bleef dan ook in stand.